Dromen van olympisch goud in Livigno 

Sam Vermaat is een van Nederlands grootste snowboardtalenten. 2020 was een bijzonder jaar voor hem: als 15-jarige verliet hij huis en haard om 2 uur verderop in Papendal te gaan wonen. Het wierp direct zijn vruchten af. 

Vijf weken lang zit Sam Vermaat inmiddels al in het buitenland. Waarom dat bijzonder is? Omdat hij 16 jaar oud is en zonder ouders door Europa glijdt. Glijdt ja, want hij staat het liefst zo veel mogelijk op zijn snowboard. Hij is eerst twee weken in Italië en daarna drie in Oostenrijk. Samen met twee van de drie andere leden van de Nederlandse snowboardselectie: Casper Wolf en Melissa Peperkamp. 

Dit is wel heel lang weg van huis en haard, erkent Sam. Het zou fijn zijn om weer even wat vrienden en familieleden in Brabant te zien. Toch is de snowboarder uit Halsteren inmiddels wel wat gewend. Ruim een jaar geleden verhuisde hij, op 15-jarige leeftijd. Van het Brabantse dorpje naar Papendal. Om te trainen met diezelfde selectie, acht keer per week verdeeld over vijf dagen tussen de Nederlandse sportsterren. 

Paplepel
Maar hoe bereikte hij dat niveau? “Ik heb geen idee joh”, vertelt hij lachend. “Mijn vader was snowboardleraar en heeft mijn moeder de sport geleerd. Ik was op mijn vierde thuis in de buurt al op een heuveltje trucjes aan het proberen. Het is er dus met de paplepel ingegoten.” 

De familie Vermaat ging twee keer per jaar op wintersport. Sam had de smaak te pakken en werd op zijn zevende lid van de snowboardvereniging van indoor skibaan SnowWorld Rucphen. “Ik was hele weekenden in die hal.” Een paar jaar later deed hij mee aan zijn eerste wedstrijden. Hij snowboardde al vrij snel om de winst. Dat viel op en Sam kreeg een plekje in het talententeam van de Nederlandse Ski Vereniging. Hij trainde zo’n vier keer in de week, daarnaast werkte hij zelf nog aan zijn tricks op de trampoline. 

Op zijn elfde werd de Brabander al Nederlands kampioen, Slopestyle én Big Air. Die disciplines wonnen het overigens al snel van de wedstrijden om de snelste tijd. “Ik heb snelheid nooit zo boeiend gevonden. Als jochie was ik al bezig met sprongetjes maken, rails en boxes te rijden.” Zijn andere grote liefde lijkt ook het meest op deze disciplines: kitesurfen. “Ik vind die vrijheid gewoon heel mooi. De vrijheid van de omgeving, het één zijn met de natuur, maar ook van de uitvoering van jouw run. Je bent heel vrij om een twist te geven aan de tricks. Het geeft zo’n kick om iets lijps te landen. Dat gevoel is echt bizar.” 

Nieuw leven
Twee jaar na die nationale titels reed Sam zijn eerste Europa Cup. Hij bleef hoge ogen gooien, met een plekje in de nationale selectie én op Papendal als beloning. 

Daar ging hij dan, op zijn vijftiende. Koffer mee, 2 uur de auto in en daar stond de Brabantse jongen: op hét topsportcentrum van Nederland. Hier begon zijn nieuwe leven: nieuwe school, nieuw trainingsprogramma, nieuw huis. “Het wisselen van school is al wat. Al je klasgenoten zie je nooit meer. Maar ik moest mezelf buiten school ook nog eens redden, in een nieuwe omgeving. Ik zag mijn ouders alleen nog in de weekenden.” 

Als 15-jarige het huishouden runnen was wennen. “Ik hoefde gelukkig niet te koken, kon eten op Papendal. De was doen vond ik ook niet zo moeilijk. Je doet het erin en drukt op een knopje. Mijn eigen kamer onderhouden vond ik wel lastig. Het was niet megaranzig, maar toch goed dat mijn ouders een paar keer langskwamen om het schoon te maken. Inmiddels heb ik ook dat beter onder de knie.” 

Vwo
Hij werd in korte tijd volwassen. “Vooral door de manier waarop ik nu mijn schooltijd indeel. Ik kom om 10.00 uur op school aan en heb om 16.00 uur alweer mijn middagtraining. Ondertussen moet ik die gemiste uren wel compenseren om bij te blijven. Ik ben een stuk beter geworden in het plannen, zelf de verantwoordelijkheid nemen om bijvoorbeeld bijles aan te vragen.” 

Sam is zich bewust van het belang van school. “Want wat als je niet in het snowboarden slaagt? Je carrière kan zo eindigen door een blessure. En als snowboarder hoef je sowieso niet te rekenen op een grote spaarpot. Je doet het tot je knieën kapot zijn en moet dan iets anders oppakken.” Wat hij dan wordt? “Ik heb nog geen idee.” Voorlopig mag hij niet klagen, met een gebroken arm als grootste blessure op zijn lijst. 

Supergaar
Terug naar Sams eerste stappen op Papendal. Het was wennen, vooral aan het trainingsprogramma. “Ik was in de eerste paar weken iedere dag echt supergaar. Je traint voor en na school, doet kracht-, conditie en mobiliteitstrainingen, maar ook oefeningen vanuit andere sporten zoals op de trampoline. Ik was in het begin al kapot als ik op school aankwam. Dan was het onder schooltijd herstellen en om 16.00 uur de volgende training. Ik heb in die periode ook echt weleens gedacht: dit vind ik niet leuk meer. Maar als ik dan weer op mijn snowboard stond, voelde ik waarvoor ik het deed. Ik merkte dat ik veel beter werd door dat programma en ging het zien als een gouden kans. Daarnaast motiveer je elkaar heel erg als je met zo’n kleine groep bent.” 

Sam maakt nog steeds dankbaar gebruik van de psychische hulp die bij het topsportprogramma hoort. “Eens in de drie maanden praat ik met een psycholoog. Dat vind ik wel fijn. We hebben het dan over hoe het gaat, hoe het leven op Papendal is. Wat ik zwaar en taai vind, wat leuk is en hoe ik met alles omga. Welke dingen nog beter kunnen. Daar kan hij me goed bij helpen.” 

Seizoen van de doorbraak
De winter is vanzelfsprekend zijn seizoen. Dan zit de Nederlandse selectie veel in het buitenland. “Vorig jaar ruim twintig weken.” Al dat harde werken, de struggles op Papendal en het gemis van thuis wierpen vorig seizoen direct zijn vruchten af. Het voelde als de doorbraak voor Sam. “Dat was een megagoed seizoen. Ik werd tweede op de Europa Cup in Duitsland, 24ste op de World Cup én pakte het brons en een vierde plek op het Jeugd WK in Rusland. Ik reed solide resultaten in elke wedstrijd die ik reed. Die 24ste plek op de World Cup zegt misschien niet zoveel voor het grote publiek, maar het zijn wel de allerbesten ter wereld die daaraan meedoen.” 

Zijn grote doel ligt in 2026: de Olympische Spelen in Italië. “Maar ik ben daar natuurlijk niet iedere dag mee bezig. Ik wil tot die tijd al heel veel mooie ervaringen opdoen. Een podium op de World Cup halen zou fantastisch zijn, eigenlijk een Europa Cup winnen ook al. Voor die World Cups heb ik nog wat meer tricks nodig. Ik wil vooral ieder jaar beter worden.” Maar ondertussen droomt hij natuurlijk wel. “Het winnen van de Olympische Spelen is een droom. Dat is maar voor één persoon in vier jaar tijd weggelegd. Dan heb je het wel gemaakt.” 

‘Nederland mag trots zijn’ 

Sam Vermaat vindt dat we als Nederland niet ontevreden mogen zijn over het niveau van de snowboardtop. “Qua niveau is het gat niet heel groot. Ik ben als 16-jarige niet minder dan een 16-jarige Oostenrijker of Amerikaan. Hetzelfde geldt voor Casper en Niek, als je die afzet tegen hun leeftijdsgenoten. Alleen de Japanners steken er nu flink bovenuit, daar wordt de sport echt gepusht. Maar je ziet dat zij net zo snel weer afgebrand zijn als dat ze opkomen.” Het verschil met  wintersportlanden als Noorwegen, Zwitserland, Canada en Amerika zit ‘m in de kwantiteit. “Maar voor een klein land zonder bergen doen wij het heel goed. De talenten blijven maar komen.” 

Sam wordt ondersteunt door:  

K2 Snowboarding | Picture Organic Clothing | Dakine | Korint medical recruitment  

Tekst: Tim van Boxtel | SNOW

Beeld: SNOW | Hidde Hageman & Adrian Formella