‘Ik was meteen verkocht’ Jaap van Dorp, 31-jarige curler  

Het is een flinke domper voor de Nederlandse curlers. Jaap van Dorp, Wouter Gösgens, Laurens Hoekman en Carlo Glasbergen hadden hun pijlen vol op Peking gericht. Maar ze grepen net naast een ticket. 

“Dat was een klap”, zo blikt Van Dorp (31) terug. “We hebben vier jaar hard gewerkt voor die kwalificatie en zaten er dichtbij. Ons niveau is echt gestegen ten opzichte van vier jaar geleden.” 

Zoetermeer

Het is überhaupt al knap om als Nederlanders zo tegen de top aan te schurken. Want veel curlers telt Nederland bepaald niet. Je kunt de sport eigenlijk maar op vijf plekken beoefenen, waarvan de baan in Zoetermeer de enige echte is volgens Van Dorp. Hij komt uit Benthuizen, wat tegen Zoetermeer aan ligt. Van Dorp begon daar dan ook. “Ik zocht iets nieuws toen ik 13 was. Ik had curling al weleens op televisie gezien en het leek me wel leuk. In Zoetermeer kon je het proberen. Ik was meteen helemaal verkocht. Die liefde bleef maar groeien.” 

Alles komt samen

Hij geniet van hoe compleet de sport is. “Het teamwork, belang van goede communicatie en de strategie. Het is een soort schaken, daar houd ik van. Daarnaast heb je ook nog het fysieke deel. Je bent 2 uur lang intervaltraining aan het doen. De sliding en de worp van de steen, het vegen. Alles komt in deze sport samen.” 

Van Dorp was zelf jarenlang de skip, de aanvoerder. Inmiddels heeft Wouter Gösgens die taak overgenomen. “Want ik stond wat stil in mijn ontwikkeling op die positie en Wouter doet dat heel goed. Hij kan als geen ander een goede steen gooien op de belangrijkste momenten.” De skip bepaalt de tactiek, geeft de richting aan vanaf de roos, ook wel het huis genoemd, als zijn teamgenoten gooien en werpt zelf de laatste twee stenen.  

Onderschatting

De Benthuizenaar groeide op met Carlo Glasbergen, die nog steeds zijn teamgenoot is. Sinds 2017 staat het huidige team, met de jongere Gösgens en Laurens Hoekman. Ook zij zijn begonnen in Zoetermeer. Van Dorp: “We zijn hard gaan werken om onze olympische droom te verwezenlijken. We trainen bijna iedere dag op het ijs in Zoetermeer en daarnaast veel in de sportschool, zeker in de zomer. Ook hebben we een sportpsycholoog en een diëtist. Mensen onderschatten vaak hoe zwaar het is, dat hoor je ook als ze eens een training van ons krijgen.” 

Want het team is niet alleen met de eigen prestaties bezig, maar wil Nederland als curlingland verder helpen. “Wij hebben nu bijvoorbeeld geen concurrentie waaraan we ons op kunnen trekken. Dat willen wij voor toekomstige generaties veranderen. Als we in Nederland zijn, trainen we weleens de junioren of spelen we oefenwedstrijden tegen jeugdteams.” 

A-status

Wat het team nu gaat doen, weet Van Dorp nog niet als we hem spreken. “Ons niveau was in het afgelopen jaar niet goed genoeg. Hopelijk kunnen we onze A-status van NOC*NSF behouden. Daardoor hoeven we nu maar parttime te werken naast onze topsportcarrière en kunnen we al onze reizen bekostigen. We hebben zo’n twaalf tot vijftien toernooien in het buitenland per jaar. Dat kost veel geld. Maar we gaan nu eerst de domper van het missen van de Olympische Spelen verwerken.” De liefde voor de sport is onverminderd groot. “Als het kan, zou ik graag door willen gaan. Meedoen aan de Olympische Spelen blijft de ambitie.” 

Tekst: Tim van Boxtel | SNOW

Beeld: WCF_Celine Stucki