‘Mensen vragen vaak of ik gek ben’
Kimberley Bos, 28-jarige skeletonster  

Voor de buitenwacht lijkt het een levensgevaarlijke sport. Jij, een slee en een pijlsnelle bobsleebaan. Skeletonster Kimberley Bos gaat soms wel 141 kilometer per uur. Ze is een van de medaillekanshebbers tijdens deze Olympische Spelen.  

“Je bent de nummer zes de afgelopen twee dagen”, zo telt Bos het rijtje journalisten dat haar belde na haar historische wereldbekerzege in Winterberg.  En dan waren er ook nog een aantal aanwezig bij de wedstrijd zelf. “Voor mijn gevoel is het een gekkenhuis geweest.” 

Skeleton, dat is haar discipline. Wie dit sleetje rijden noemt, doet skeleton veel en veel tekort. “Mijn topsnelheid was ooit 141 kilometer per uur”, vertelt de 28-jarige Edese. Bang is ze niet meer. “Ik weet nu heel goed wat ik doe. In het begin verlies je de controle nog weleens.” 

Twee hoofdprijzen in één klap 

Na het interview is Kimberley afgereisd naar Sankt Anton voor de finale van de world-cup en gelijk het EK. Waar zij in een baan die bij haar persoonlijk niet bepaald als favoriet stond aangeschreven, omdat zij de baan in Sankt Anton nog niet zo vaak heeft afgedaald, pakte zij alvast twee hoofdprijzen in één klap. 

De eindzege in de World-Cup toont haar stabiliteit aan over een heel seizoen. ‘Kimberley haar kracht ligt namelijk ook op dat vlak. Continu een hoog niveau laten zien, dat is waar zij sterk in is’ aldus haar manager. Maar met daarnaast het binnenhalen van de Europese titel toont zij ook aan over pure snelheid te beschikken wanneer het moet. 

Deze twee hoofdprijzen zorgen uiteraard voor wellicht een nog grotere favoriete rol in de dans om de medailles tijdens de winterspelen. Zeker door het format van vier runs verdeeld over twee dagen, waar Kimberley als geen ander gebruik kan maken van haar continuïteit in vier verschillende afdalingen. 

Baanrecord

Bos won de wereldbeker in Winterberg, met een baanrecord. Ze liet de levende legende Tina Hermann achter zich. “Ik vind de media-aandacht vooral heel leuk. Ik heb dit seizoen twee keer eerder op het podium gestaan van een wereldbeker. Toen was er überhaupt geen interesse.” 

Skeeleren

Nee, skeleton is dan ook niet bepaald een grote sport in Nederland. Bos kent nog twee Nederlandse jongens die de sport beoefenen, daar blijft het wel bij. “Mensen reageren eerst met: ‘Skeeleren, dat ken ik wel’, als ik zeg dat ik aan skeleton doe. Als ik het dan uitleg, vragen ze eerst of ik gek ben geworden en daarna of ik nooit bang ben.” 

In Ede is Bos fysio. “Dan hebben mensen het weleens over iemand die ze regelmatig in de krant zien staan, die ook aan skeleton doet. Ja, dat ben ik dus. Maar ze leggen de link niet.” Ze denkt dat Nederland de potentie heeft om een topland te worden in haar sport. “Je hebt geen bergen nodig, hoeft niet op je derde al te beginnen. Sterker nog, dat mag niet eens vanwege alle g-krachten die je op je krijgt. We hebben geen baan in Nederland, maar die zijn toch alleen tussen 1 oktober en 1 april open. Het helpt mij heel erg dat ik in de zomer op Papendal train en in het half jaar tussen oktober en april juist allerlei banen uitprobeer in het buitenland. Je leert veel van die afwisseling.”

 

Dafne Schippers

Op het trainingscentrum van Papendal traint zij niet heel anders dan Dafne Schippers. “Ik moet namelijk hartstikke snel zijn bij de start. Ik train mijn sprints op de atletiekbaan. Ook heb je de explosiviteit nodig, die je in het krachthonk kunt trainen.” 

Te licht

Bos maakte eerst kennis met de bobslee. “Een plaatsgenoot, Jarno Beuving, was bobsleeër. Hij regelde eens een mobiele startbaan voor een evenement in mijn woonplaats. Een aantal vriendinnen van mij deden daaraan mee. Zij werden uitgenodigd om eens naar Harderwijk te komen, waar toen nog een startbaan lag. Ik ging mee, wilde het wel uitproberen. Ik vond het meteen echt gaaf. Het ging zó hard.” Bos was toen 16 jaar. “Ik ben het blijven doen, tot ik naar de senioren moest. Ik was te klein, te licht. Daardoor heb je een grote achterstand bij de start. Sturen kon ik prima, maar ik was steeds bezig aan een inhaalrace.” 

Ze kende skeleton inmiddels en stapte in het najaar van 2013 over naar die sport. Haar stuurmanskunsten kwamen goed van pas en ze deed het al snel goed. Zo goed, dat ze in 2018 mee mocht doen aan de Olympische Spelen in Pyeongchang. Ze gooide ook daar hoge ogen met een achtste plek.  

Kansen in Peking

Voor de komende Olympische Spelen behoort ze tot een van de favorieten. “Ik profiteer van mijn ervaring uit 2018. Ik weet beter wat ik kan verwachten. Het is heel lastig te zeggen waar je kunt eindigen. Er zijn twaalf dames die kunnen winnen. De baan moet je gewoon liggen.” Het testevent in China verliep niet heel goed. “Ik werd tiende. Het moet een stuk beter om bij de medailles in de buurt te komen. Gelukkig hebben we nog trainingstijd op de olympische baan voor de wedstrijd.”  

Filmen en tekenen

Overigens moet je niet verbaasd opkijken als tijdens die olympische strijd concurrenten elkaar filmen. “Je wilt zoveel mogelijk informatie verzamelen en dat doe je door elkaar te filmen. Ik word sinds vorig jaar gefilmd. Daardoor merk je dat ze rekening met je houden.” 

Wat verder opvalt, is dat Bos tussen de runs door weleens tekenend wordt gespot. “Ik heb dan soms best wat tijd over en vind het leuk om te doen. Ik maak nu een ontwerp voor een onderwaterdoek voor de zwemvereniging van mijn ouders in Wageningen. Zo’n doek waar kinderen bij het afzwemmen doorheen moeten zwemmen. Ik teken er een schatkist, schildpad, wat visjes, plantjes en zeesterren op. Dat is echt een hobby.” 

In Peking zal ze vermoedelijk geen tijd hebben voor een tekening. De Edese heeft vooral veel zin in de Olympische Spelen. “Ik geniet van iedere dag.” 

Tekst: Tim van Boxtel | SNOW

Beeld: Viesturs Läcis